zondag 2 april 2017

Gezin om de Bijbel: Heb je vijanden lief

Vandaag mochten we weer met elkaar praten over een onderwerp uit de Bijbel. Het was best een pittig stuk. God heeft ons een opdracht gegeven, die best moeilijk is!

Niet alleen een opdracht


We lazen dat Jezus de bergrede ging houden, daar paste Hij de wet zelfs aan. Waar het eerst was dat je je naaste moet liefhebben en je vijanden haten. Jezus zegt hier: En ik zeg jullie, heb jullie vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen. Dat was de opdracht die God ons persoonlijk gaf. Ik legde uit dat het ook in de wet zo is opgenomen. De eerste 5 geboden gaan eigenlijk over heb God lief met alles wat in je is. Maar 6 tot en met 10 gaan eigenlijk als je ze goed bekijkt over: naaste liefde. En alles wat je voor naaste doet, is dus nu ook voor onze vijanden. Ik ging daarna verder lezen. Want gelukkig liet God het niet alleen bij deze opdracht. In de Bijbel vinden we ook mooie voorbeelden. Jezus die aan het kruis gaat bidden. Voor wie? Voor de soldaten. De mannen die Hem aan het kruis hadden getimmert en nu Zijn klederen aan het verdobbelen waren. Hij bad voor hen. Vergeef hen Vader, want ze weten niet wat ze doen. Wat een groot voorbeeld. Wat een grote liefde! 

Zichtbaar maken



Waar in de Bijbel zien we dit nog meer? Dit was best lastig, er werden dingen genoemd, maar niet echt waar ik aan dacht. Wat ik had opgezocht was het verhaal van de barmhartige samaritaan. Een wetgeleerde stelde namelijk aan Jezus de vraag: Wie is mijn naaste? Uiteindelijk sprak Jezus in een beeldspraak, en legde Hij de valstrik die naar Hem geworpen werd, terug om deze wetgeleerde. Want ergens dwong Hij om deze man te laten vertellen dat diegene die goed was voor zijn naaste een Samaritaan was. Jezus vertelde over een man die op weg naar Jericho werd overvallen en die mishandelde. Ze lieten hem daar liggen en gingen ervandoor met alles wat de man bij zich had. Maar gelukkig, wat zal de man een gevoel van opluchting hebben ervaren, er kwamen voetstappen aan. Er kwam een priester. Die man, die God dient in de tempel. Die God mag kennen en mag ontmoeten. Ja die zal toch wel weten hoe je met je naaste om moet gaan. Maar nee, de priester? Die liep er met een grote boog omheen. Stel je voor, als deze priester deze man helpt en de man zou sterven, dan kan hij zijn werk niet meer doen. Is zijn werk niet God dienen? En ligt dat nu niet voor hem op deze weg? Nee! Natuurlijk niet. Deze priester, die mag God dienen in de tempel. Niet zomaar op straat. Hij liep er met een boog omheen. De man die gewond was, die liet hij achter zich. Die was het niet waard... Daar kwamen weer voetstappen aan. Er kwam een Leviet aan op de weg. Wat zou die man, die toch de wetten en geboden goed kent, gaan doen? Kijk hij nadert al, welke keuze zal gemaakt worden? Ook deze gaat met een boog om de gewonde man heen. Deze reageert hetzelfde, op een  moment dat hij een mensenleven kan redden, loopt hij snel door. Daar komt weer iemand aan. Het was een Samaritaan die op reis was. Deze buitenlandse man, kreeg medelijden bij het zien van de gewonde man. Er was voor hem geen reden om de man te helpen. De Joden en Samaritanen waren eigenlijk in een strijd verweven. Daarnaast was er voor hem niet een wet die bepaalde, de naaste lief te hebben als jezelf. De vraag wie is je naaste? Dat is een confronterende vraag geworden voor deze wet geleerde. Want eigenlijk maakte Jezus zichtbaar wat het met deze godsdienst leraren had gedaan. De wet maakte die hun warmer, of kouder voor hun omgeving? Deze Samaritaan die niet bij hun hoorde, die niet zoveel wist als de priester of de leviet, werd wel in zijn hart bewogen bij het zien van het lijden. Een medemens in lijden en ellende. De strijd tussen de Joden en Samaritanen was zo hoog, dat het antwoord wat de wetgeleerde gaf aan Jezus, niet eens de naam of het ras bevatte, die bij de bewogen man hoorde. Nee, het antwoord was: De man die medelijden getoond heeft. 

Kunnen wij de naam van onze vijand uitspreken? Het is wel belangrijk als je net als Jezus wilt bidden voor je vijand. Een naam, het maakt wie je bent, en een ras en dat durven uitspreken laat weten dat je ergens bij hoort. Het maakt je tot iemand. Heb je vijanden lief en bid voor hen! Bidden veranderd je gevoel over je vijand. Er gebeurd iets met jou als jij je vijand bij Gods voeten brengt. 







Daarna gingen we een keer met een makkelijker werkje aan de slag. Even geen tekenen, plakken of knippen. Maar zoeken naar verschillen! Lekker ontspannen, waardoor er ook ruimte was om samen te praten.




Wil je meer gezinsmomenten bekijken? Dit kan via de volgende klikbare link: Gezin om de Bijbel

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Ik vind het leuk als je een reactie achterlaat.
Wil je wel reageren maar niet dat jouw reactie openbaar staat?
Mail gerust naar:

schrijfgelukjes@gmail.com